(Pinguicula vulgaris)
De plant wordt in sommige gebieden in Nederland ook wel Boterwortel, Kleverig Viooltje of Vliegenvanger genoemd.
Deze plant komt voor in zogenaamd blauwgrasland en natte heide. Door de bloeiwijze doet hij wat aan een viooltje denken. Vandaar ook de naam kleverig viooltje.
Dat kleverig heeft dan te maken met het gedrag van de plant. Op de bladeren bevindt zich een kleverige lokstof. Insecten die daarop terecht komen zijn ten dode opgeschreven.
Na een vangst rolt het blad zich op rond de vangst en vervolgens begint het verteringsproces. Dat gaat overigens vrij traag. Er gaan dagen overeen voordat het blad zich weer ontrolt en inzetbaar is voor een nieuwe vangst. Die kleverige lokstof op de bladeren wordt gemaakt via ontelbare kliertjes, die zich in het blad bevinden.
De plant is dan wel schijnbaar zeer agressief voor de rondzoemende insecten. Hij heeft echter ook medicinale eigenschappen. Die beslaan in hoofdzaak rustgevende en verzachtende zaken.
Overigens is het een winterharde plant. De bloeitijd ligt voornamelijk in de maanden mei en juni. De bladeren zijn stevig, vettig en lichtgroen en vormen een soort rozet, waaruit in het voorjaar de bloemstengeltjes priemen. De bladeren zijn tevens de delen die voor medecinale doeleinden bruikbaar zijn.
Eigenschappen: hoestdempend, koortswerend, krampopheffend, verzachtend, wondhelend.