SaltearSauteren

DefiniciónBepalen
Bepaling
Definitie
Definiëren
Omschrijven
Omschrijving
. SaltearSauteren esHij/u/men/het/er/ge/gij/'t gebeurt
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t heeft plaats
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t is
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t vindt plaats
el métodoDe methode rápidoSnel paraBaart u!
Bevalt u!
Blijf staan!
Brengt u teweeg!
Brengt u voort!
Doe ophouden!
Houd aan!
Houd halt!
Houd op!
Houd stil!
Keer!
Leg stil!
Om
Schenkt u het leven!
Sla af!
Sta stil!
Stel buiten werking!
Stop!
Stuit!
Voor
Zet af!
Zet stil!
Zet stop!
cocinarBereiden
Koken
ingredientesIngrediënten conMet muyHeel
Zeer
pocaKlein
Weinig
grasaVet. Puede(Het) kan
Kan!
Mag!
U kunt
deglasar la mismaZelfde sarténKoekenpan paraBaart u!
Bevalt u!
Blijf staan!
Brengt u teweeg!
Brengt u voort!
Doe ophouden!
Houd aan!
Houd halt!
Houd op!
Houd stil!
Keer!
Leg stil!
Om
Schenkt u het leven!
Sla af!
Sta stil!
Stel buiten werking!
Stop!
Stuit!
Voor
Zet af!
Zet stil!
Zet stop!
hacerDoen
Maken
una salsaEen braadjus
Een dipsaus
Een jus
Een jus (lichte, bruine)
Een salsamuziek
Een saus
Een sop
despuésDaarna, generalmenteIn het algemeen se salteaMen bakt conMet fuego altoHoog vuur.
PuntosMespunten paraBaart u!
Bevalt u!
Blijf staan!
Brengt u teweeg!
Brengt u voort!
Doe ophouden!
Houd aan!
Houd halt!
Houd op!
Houd stil!
Keer!
Leg stil!
Om
Schenkt u het leven!
Sla af!
Sta stil!
Stel buiten werking!
Stop!
Stuit!
Voor
Zet af!
Zet stil!
Zet stop!
saberWeten saltearSauteren adecuadamenteGeschikt:
Se usaWordt gebruikt la sarténDe braadpan
De koekenpan
De pan
adecuadaGeschikt.
SaberWeten las porcionesDe delen
De gedeelten
De gedeeltes
De onderdelen
De parten
De porties
De stukken
que va aHij/u/men/het/er/ge/gij/'t gaat naar ponerNeerzetten
Plaatsen
cada vezElke keer en la sarténIn de pan gebakken.
SaberWeten los tamañosDe bestekken
De formaten
De grootheden
De grootten
De groottes
De omvangen
De uitgebreidheden
y pesosGewichten de cadaElk
Elke
porciónPortie.
UsarGebruiken la grasaDe/het smeer
Het vet
correctaJuist y la cantidadDe boel
De grootheid
De hoeveelheid
De kwantiteit
De sterkte
correctaJuist.
CocinarBereiden
Koken
el tiempoDe poos
De tijd
De weersomstandigheden
De werkwoordstijd
Het weder
correctoJuist.
GrasasVet
Vette
Vetten
que usamosWij gebruiken paraBaart u!
Bevalt u!
Blijf staan!
Brengt u teweeg!
Brengt u voort!
Doe ophouden!
Houd aan!
Houd halt!
Houd op!
Houd stil!
Keer!
Leg stil!
Om
Schenkt u het leven!
Sla af!
Sta stil!
Stel buiten werking!
Stop!
Stuit!
Voor
Zet af!
Zet stil!
Zet stop!
saltearSauteren:
MantequillaBoter
Roomboter
AceitesOlies
Oliën
vegetalesVegetarisch GrasaVet extraídaUitgenomen o mantecas LíquidosVloeistoffen paraBaart u!
Bevalt u!
Blijf staan!
Brengt u teweeg!
Brengt u voort!
Doe ophouden!
Houd aan!
Houd halt!
Houd op!
Houd stil!
Keer!
Leg stil!
Om
Schenkt u het leven!
Sla af!
Sta stil!
Stel buiten werking!
Stop!
Stuit!
Voor
Zet af!
Zet stil!
Zet stop!
deglasar:
VinoWijn FondoBodem
Fond
CoñacCognac o licorLikeur AguaBegiet!
Besproei!
Bevloei!
Geef water!
Giet!
Leng aan!
Sproei!
Verdun met water!
Water
Water!
ProcesoProces paraBaart u!
Bevalt u!
Blijf staan!
Brengt u teweeg!
Brengt u voort!
Doe ophouden!
Houd aan!
Houd halt!
Houd op!
Houd stil!
Keer!
Leg stil!
Om
Schenkt u het leven!
Sla af!
Sta stil!
Stel buiten werking!
Stop!
Stuit!
Voor
Zet af!
Zet stil!
Zet stop!
saltearSauteren:
11
Een
. CalientaStook!
Verhit!
Verwarm
Verwarm!
Warm!
la sarténDe braadpan
De koekenpan
De pan
conMet la grasaDe/het smeer
Het vet
adecuadaGeschikt 22
Twee
. SaltaBarst!
Doe een sprong!
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t barst
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t doet een sprong
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t ontploft
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t schiet te binnen
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t schiet uit
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t slaat over
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t springt
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t springt in de
 lucht
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t springt in het
 oog
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t springt los
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t springt op
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t springt open
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t springt van een
 hoogte
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t spuit op
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t vaart uit
Hij/u/men/het/er/ge/gij/'t valt uit
Ontplof!
Salta
Schiet te binnen!
Schiet uit!
Sla 
ambosBeide ladosFlanken
Kanten
Zijden
Zijdes
Zijkanten
de la carneHet vlees paraBaart u!
Bevalt u!
Blijf staan!
Brengt u teweeg!
Brengt u voort!
Doe ophouden!
Houd aan!
Houd halt!
Houd op!
Houd stil!
Keer!
Leg stil!
Om
Schenkt u het leven!
Sla af!
Sta stil!
Stel buiten werking!
Stop!
Stuit!
Voor
Zet af!
Zet stil!
Zet stop!
sellarlaHet af te sluiten 33
Drie
. TerminaBesluit!
Beëindig!
Eindig
Eindig!
Loop af!
Maak af!
Maak uit!
Sluit af!
Voleindig!
el cocimientoHet bakken
Het koken
en el hornoDe kachel
De oven
44
Vier
. Deglasa la sarténDe braadpan
De koekenpan
De pan
55
Vijf
. ReducirInkoken
Reduceren
Réduire
la salsaDe braadjus
De dipsaus
De jus
De jus (lichte, bruine)
De salsamuziek
De saus
Het sop
66
Zes
. TerminaBesluit!
Beëindig!
Eindig
Eindig!
Loop af!
Maak af!
Maak uit!
Sluit af!
Voleindig!
el cocimientoHet bakken
Het koken
de la carneHet vlees en la hornilla.


De los siguientes palabras hay una foto:
Agua   Cada   Cada