Dotterbloem
(Caltha palustris)

Wordt ook wel Waterboterbloem, Smeerbloem, Fladder, Kleine Plomp en Hondepoot genoemd.
Vroeg in het voorjaar als alles nog kaal is, en bloemen een zeldzaamheid om je heen, verschijnen de prachtige gele bloemen van de Dotterbloem
langs de diverse sloten en dan vooral in moerasachtige gebieden of laaggelegen bosgebieden. Als je ze ziet, dan weet je meteen, dat het voorjaar
onweerstaanbaar is aangevangen.
De plant is meerjarig en overwintert in de volle grond of afhankelijk van de standplaats deels onder de waterspiegel.
De bladeren van de plant worden wel gegeten als groente. Vroeger gebruikten de boeren de bloemen voor opkleuring van de boter als deze wat te
flets uitviel.
Let echter op, want de Dotterbloem bevat giftige stoffen net als de Anemonen, Clematis en Boterbloem. Alle behorend tot de familie der
Ranonkels. Het is daarom aan te bevelen, de plant niet rauw te eten.
In de gewone geneeskunde beperkt men zich mede daarom tot alleen voor uitwendig gebruik.
Verse bladeren kunnen enigszins reumatische pijnen verlichten.
Ook kan het blad in gedroogde vorm gebruikt worden als tabak om een ontwenningskuur te volgen.
Eigenschappen: doorbloeding bevorderend; pijn verzachtend.