Braam
(Rubus fruticosus)

Wordt ook wel Brummels, Stekelbos en Breme genoemd.
De braam zie je eigenlijk overal langs de wegen, in bosjes of zo maar een open vlakte. In feite is het een verwilderingsgewas.
De plantensoort zelf heeft ruim honderd hoofdsoorten. Daarnaast bestaan daarop nog eens honderden subsoorten en bastaarden.
Hij kan dus uitstekend voor nageslacht zorgen. Dat doet de braam op twee goed werkende manieren. Namelijk via uitlopers en via de vrucht.
Die lenen zich prima voor verspreiding via vooral vogels en een beetje de mens zelf. De manier waarop laat zich raden.
De Braam vormt krachtige en weelderig groeiende winterharde planten. Hij vormt in het groeiseizoen lange gebogen takken met scherpe
stekels. In de zomer ontstaan de vele bloemtrossen met witte of roze bloemen. De vruchtvorming is kort daarna en geeft bij gunstige
omstandigheden een gigantische hoeveelheid heerlijk smakende bessen. De vogels en ook de mensen zijn er gek op. Wat is er leuker, dan in de zomer met een emmertje gewapend eens een flinke hoeveelheid Bramen te plukken. Na afloop kun je ze wassen en daarna consumeren.
Sinds de prehistorie is de Braam dan ook erg bij de mens in trek geweest. De vruchten zijn bij rijpheid zwart en glanzend. Ze smaken fruitig en
verfrissend. Bij de zogenaamde Dauwbraam (Rubus Caesius L.) zijn de vruchten bij rijpheid blauwachtig berijpt.
In de voedingswaren industrie wordt de braam gebruikt voor het maken van Jam en Siroop. Thee van het blad van de Braam gemengd met blad
van de Framboos is zeer smakelijk. Daarnaast is een afkooksel van Bramenblad een krachtig middel, dat gebruikt kan worden als gezichtslotion
en als spoeldrank bij mondaandoeningen. Uiteraard dienen de maaksels te worden gezeefd om de stekels eruit te verwijderen.
Eigenschappen: samentrekkend; bloedsuiker verlagend; bloedzuiverend; aansterkend; urinedrijvend; wondreinigend.