(Aegopodium podagraria)
Wie een groente- of fruittuin verzorgt, staat met het zevenblad niet op goede voet. De plant stelt zich niet tevreden met voortplanting door de talrijke zaden. In de grond ontwikkelt hij nog een sterk wortelstelsel, dat overal doordringt. Reden genoeg dus om de plant zoveel mogelijk te consumeren. Het zevenblad groeit op schaduwplekken in het onderhout van bossen, langs wegmanden en op ruderale plaatsen, vooral op vochtige of bemeste grond. Meestal groeit hij tussen andere Schermbloemige en is daarom niet gemakkelijk te herkennen. In ons land komt hij algemeen voor. Vroeg in het voorjaar verschijnen de gesteelde, geveerde bladeren met ovaalpuntige, glanzend groene blaadjes met gekarteld gezaagde rand en buikige scheden. Later groeit een holle, krachtige, kantig gegroefde stengel 60-90 cm hoog. Aan de top draagt deze den 12-20 stralige bloeischermen met kleine witte, soms roze bloempjes (juni-juli). Jonge bladeren en stengels die nog teer zijn en bovendien zwak aromatisch, zijn zeer geschikt voor toevoeging aan salades en groenten. Ook dienen ze als soepgroente. Oudere bladeren zijn kruidiger, maar moeten wel zachtgekookt worden. De Latijnse naam podagramia (podagma = jicht) wijst op de reeds lang bekende geneeskrachtige werking bij jicht en reuma. De naam zevenblad hangt samen met het volgende: de onderste bladeren zijn dubbel drietallig (dus 9 blaadjes), maar de zijblaadjes vaak slechts tweetallig (dus totaal 7 blaadjes).