(Pteridium aquilinum)
De prachtige Adelaarsvaren met enorme dubbel- of drievoudig geveerde bladeren is een van de meest voorkomende varensoorten uit onze streken. Hij groeit op beschaduwde plaatsen op zandgrond en in bossen, waar hij soms grote delen van de bodem bedekt. Het is de enige varen die eetbaar is. De jonge scheuten kunnen rauw als sla worden gegeten, maar ze kunnen ook worden gekookt en als asperges worden bereid. De oudere bladeren moeten we vooral niet nemen, want die zijn taai en hard en zelfs enigszins giftig. De plant heet Adelaarsvaren omdat een doorsnede van het onderste deel van de bladschede op een adelaar lijkt. Ook de soortnaam duidt daarop, want aquila betekent adelaar in het Latijn. De geslachtsnaam komt van het Griekse woord pteron dat vleugel betekent en dat algemeen wordt gebruikt als naam voor varens (Pteris).