Hasjiesj
(Cannabis sativa)

De cannabisplant, teelt en productie

De hennepplant met als geslachtsnaam cannabis behoort tot de familie der Cannabacea (hennepachtigen). Hennep wordt reeds duizenden jaren gekweekt en veredeld om de vezels, het zaad en de olie maar ook om de psychoactieve eigenschappen van de plant.
Cannabis is van nature een tweehuizige plant, dat wil zeggen dat er zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen zijn die elk op aparte planten van dezelfde soort voorkomen.

Vrouwelijke bloemen kunnen bevrucht worden met pollen van de mannelijke bloem. Om het opvangen van de pollen uit de lucht te vergemakkelijken produceert de vrouwelijke plant een kleverige hars aan haar bloemtoppen. Deze hars beschermt de zaden ook tegen hitte en insecten. Wanneer de vrouwelijke bloem eenmaal bevrucht is neemt de productie van hars af.

Het is niet meer vast te stellen hoeveel soorten er eigenlijk zijn. Soms worden drie soorten onderscheiden:
Cannabis sativa, waartoe de meeste vezelsoorten behoren,
Cannabis indica, waartoe bijna alle marihuanavariëteiten worden gerekend en
Cannabis ruderalis, waaronder alle verwilderde soorten vallen.

Uit Canadees onderzoek uit de jaren zeventig kan worden geconcludeerd dat er maar één soort cannabis bestaat, maar dat er twee duidelijk van elkaar verschillende fenotypen voorkomen. Het eerste fenotype is een snel groeiende plant die met name voorkomt boven de 30e breedtegraad. In dit fenotype is er een belangrijk verschil in de concentratie cannabinoïden tussen de mannelijke en vrouwelijke planten. De vrouwelijke plant bevat altijd een grotere hoeveelheid cannabinoïden dan de mannelijke plant. Bij dit fenotype overheerst de cannabinol ten opzichte van het tetrahydrocannabinol (THC).

Het tweede fenotype bestaat uit variëteiten die minder snel groeien en die met name voorkomen in de warmere zones beneden de 30e breedtegraad. In dit fenotype bevatten zowel mannelijke als vrouwelijke planten hoge concentraties THC. Oorspronkelijk was het zo dat het noordelijke fenotype met name werd gekweekt vanwege de vezelproductie en het zuidelijke fenotype vanwege de psychoactieve bestanddelen.

Onderzoek toonde ook aan dat genetische aspecten belangrijk zijn voor het uiteindelijk THC-gehalte in een plant. Weliswaar is warmte van belang voor een hoog THC-gehalte in een plant, maar dit is ondergeschikt aan de genetische bijdrage. Planten die in een warme omgeving opgroeien beschikken in het algemeen over meer THC, maar dat kan gedeeltelijk verklaard worden uit het feit dat onder warmere condities de lagere bladeren uitdrogen en afvallen waardoor de THC zich concentreert in de hogere delen van de plant.

De hoeveelheid THC die een cannabisplant produceert is verder afhankelijk van landbouwkundige factoren zoals licht, bodemfactoren en de manier waarop de planten worden geoogst. In een warme en droge atmosfeer produceert de cannabisplant meer THC-bevattende harsen, terwijl ze in gematigde omstandigheden juist meer vezels zal produceren. Het ligt daarom voor de hand dat cannabisproducten afkomstig van binnen gekweekte planten meer THC zullen bevatten dan soortgelijke producten afkomstig van buitenkweek.

De hoogste concentraties komen voor in de vrouwelijke bloemknoppen, met name in de daarin aanwezige harskliertjes. Omdat hasj veel hars bevat en het een bewerkingsproduct is van hooggeconcentreerde bestanddelen, bevat het dus ook relatief veel van het psychoactieve, delta9-tetrahydrocannabinol.

Cannabisproducten: marihuana, wiet en hasj.
In vrijwel geheel Nederland zijn cannabisproducten verkrijgbaar in gespecialiseerde coffeeshops. Prijzen variëren van 2 tot 16 euro per gram, naar gelang de kwaliteit.
Coffeeshops mogen sinds 1997 maximaal 5 gram per transactie verkopen. De gedroogde toppen van vrouwelijke planten worden meestal puur of met tabak gerookt (blowen) in een van een kartonnen filter voorziene sigaret (joint, vroeger ook wel stickie genoemd). Soms wordt marihuana wel meegebakken in bepaalde voedingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld in cake (spacecake). Puur wordt het vaak in een hasjpijp of waterpijp (chillum, bong) gerookt, deze zijn te koop in winkels voor drugsparafernalia (headshops), smartshops of coffeeshops.

Marihuana is de populaire benaming waarmee de cannabisplant wordt aangeduid die gekweekt wordt voor haar psychoactieve eigenschappen. De term marihuana wordt echter ook gebruikt voor de onbewerkte drug die van de bladeren en bloemen van deze plant wordt gemaakt Een synoniem voor marihuana is weed, in het Nederlands wiet. Het gebruik van marihuana als recreatieve drug is al eeuwenoud. Marihuana is de meest gebruikte illegale drug ter wereld, zo ook in Nederland. Marihuana wordt gemaakt door bladeren en bloemen van de vrouwelijke marihuanaplant te drogen. De hoeveelheid THC in marihuana kan enorm variëren, en is met name afhankelijk van waar en hoe het is gekweekt, bewerkt en bewaard.

De bloemen van de cannabisplant, met name de vrouwelijke bloemen, bevatten een groot aantal kliertjes die harsen bevatten. Door de bloemen van de cannabisplant te zeven ontstaat een poeder van harskliertjes. Door vervolgens het poeder samen te persen tot blokken ontstaat hasj of hasjiesj.
In India, waar marihuana al sinds de prehistorie wordt gebruikt, probeerde men de drug sterker te maken door alleen de kleinere blaadjes en de schutbladen van vrouwelijke bloemen te gebruiken, dit werd Ganja genoemd. Soms werden deze blaadjes samengebundeld of aan een stokje geprikt; tegenwoordig wordt dit ook wel Thai-stick genoemd. Een tegenwoordig veel toegepaste manier om de sterkte van marihuana te verhogen is om de vrouwelijke planten apart van mannelijke planten te laten groeien. Hierdoor kan worden voorkomen dat de vrouwelijke bloem wordt bevrucht. Met name de onbevruchte vrouwelijke bloemen bevatten veel THC-houdende harsen, veel meer dan de bevruchte vrouwelijke bloemen. Door alleen bloemtrossen van onbevruchte vrouwelijke bloemen te oogsten en te drogen verkrijgt men een marihuanavariant zonder zaden met hogere concentraties delta9-THC. Deze marihuanavorm staat bij gebruikers bekend als sinsemilla (van het Spaans: sin = zonder; semilla = zaad).

De meeste in Nederland gekweekte marihuana is vermoedelijk afkomstig van oorspronkelijke skunkhybrides. De in Nederland gekweekt marihuana wordt ook wel nederwiet genoemd.
De meeste marihuana wordt tegenwoordig om een aantal redenen binnen gekweekt:
-kweken is het gehele jaar door mogelijk -het illegale kweken kan gemakkelijker verborgen worden gehouden -het is makkelijker om de kweekomstandigheden in de hand te houden waardoor een hogere sterkte, lees THC-gehalte, kan worden bereikt.

Bij binnenkweek kan het C02-gehalte worden verhoogd, waardoor de groei van de planten wordt versneld. Vaak wordt gebruik gemaakt van hydroculturen, wat de controle van voedingsmiddelen voor de plant vereenvoudigt.

Cannabinoïden en tetrahydrocannabinol De cannabisplant synthetiseert meer dan 400 verbindingen, iets meer dan 60 hiervan behoren tot de cannabinoïden. Cannabinoïden vormen een groep van biologisch actieve verbindingen die structureel verwant zijn. Ze worden alleen door de cannabisplant gemaakt, tot op heden zijn ze nooit in andere plantensoorten aangetroffen. De belangrijkste cannabinoïden, dat wil zeggen die welke in de hoogste concentraties in de cannabisplant voorkomen, zijn: -cannabinol -cannabidiol -delta9-tetrahydrocannabinol (delta9-THC).

Van de cannabinoïden zijn delta9-tetrahydrocannabinol (delta9-THC) en delta8-tetrahydrocannabinol (delta8-THC) de enige twee die alle psychoactieve effecten van marihuana kunnen opwekken. Omdat de hoeveelheid delta8-THC in de cannabisplant ten opzichte van delta9-tetrahydrocannabinol te verwaarlozen is wordt de sterkte van de psychoactieve effecten van de cannabisplant in de praktijk gerelateerd aan de concentratie delta9-THC. In sommige publicaties is sprake van delta1-tetrahydrocannabinol, dit is echter hetzelfde als delta9-tetrahydrocannabinol.

De cannabinoïdenfractie in een hennepplant kan voor bijna honderd procent uit delta9-THC bestaan, maar er zijn ook planten die helemaal geen delta9-THC bevatten. Schattingen geven aan dat 70 tot 100 procent van de marihuana high het gevolg is van delta9-THC.

Hoewel de concentratie THC voor de gebruiker een belangrijke indicatie is voor de kwaliteit van cannabisproducten is dit niet de enige factor. In de hennepplant is delta9-THC slechts voor een klein deel in vrije vorm aanwezig. Het grootste deel van de stof is aanwezig in de vorm van zuren (THC-zuren) die bij verhitting, bijvoorbeeld door roken of koken, spontaan tot delta9-THC decarboxyleren.

Behalve THC bevat de hennepplant ook twee andere cannabinoïden die een rol spelen bij een high, cannabidiol (CBD) en cannabinol (CNB). In de natuur komen delta9-THC en CBD het meest voor. Cannabidiol is evenals delta9-THC in bijna alle cannabisvariëteiten aanwezig.
Afhankelijk van de variëteit kan CBD van 0 tot 95% bijdragen aan de totale hoeveelheid cannabinoïden in een plant. De hennep die gebruikt wordt voor vezelproductie bevat over het algemeen meer CBD dan delta9-THC. CBD is zelf niet psychoactief, maar in combinatie met delta9-THC kan het bepaalde aspecten van een high versterken of verzwakken.

Cannabinol wordt niet door de hennepplant zelf gemaakt, maar is een degradatieproduct van delta9-THC. delta9-THC kan geoxideerd worden tot CBN. Verse cannabisproducten bevatten slechts weinig CBN. Cannabinol heeft zelf geen psychoactieve werking.

Door roken wordt THC snel in het bloed opgenomen Om de THC uit de cannabis vrij te maken, moet deze verhit worden. Dat gebeurt meestal door het roken ervan, maar kan ook door het mee te bereiden met etenswaren. Bij roken wordt 10 tot 25% van de THC in het lichaam opgenomen, bij eten is dat slechts 6%. Het percentage is kleiner na eten omdat een groot deel van de THC al direct in de lever wordt afgebroken voordat het de hersenen kan bereiken. De dosis THC die nodig is om iemand zich high te laten voelen is ongeveer 10 milligram, waarvan dus slechts een klein deel werkelijk in het bloed wordt opgenomen en uiteindelijk de hersenen bereikt.

De verwerking van THC in het lichaam verloopt op zeer complexe wijze. De bloedspiegel bereikt na het roken een hogere piek dan na het eten van cannabis. Een groot deel van de THC wordt opgeslagen in het lichaamsvet en komt daaruit slechts langzaam vrij. Een week na het roken van cannabis is nog maar ongeveer 60 tot 70% van de THC uit het lichaam verdwenen. Het duurt in totaal zo'n vier tot zes weken voor de THC helemaal weg is uit het lichaam. De psychoactieve werking van cannabis is echter al na enkele uren verdwenen. THC of één van haar afbraakproducten (metabolieten) kan nog enkele dagen nadat iemand gebruikt heeft in de urine worden aangetoond. Bij zware, chronische gebruikers zijn echter tot enkele weken na het laatste gebruik nog sporen van THC of haar metabolieten in de urine aantoonbaar. Uiteindelijk wordt THC in het lichaam omgezet in zo'n dertig metabolieten, die langzaam via urine en feces (ontlasting) het lichaam verlaten.

Het bepalen van cannabinoïden in cannabisproducten Voor de kwantitatieve bepaling van cannabinoïden in cannabismonsters komen in principe drie methoden in aanmerking: gaschromatografie (GC), hogedrukvloeistofchromatografie (HPLC) en gaschromatografie in combinatie met massaspectrometrie (GC-MS). HPLC en MS hebben als voordeel dat het gehele spectrum aan cannabinoïden kan worden gemeten; men verkrijgt als het ware een vingerafdruk van het cannabismonster. Deze technieken zijn dan ook bij uitstek geschikt om de herkomst van een bepaald cannabismonster te achterhalen.

In het geval van een gaschromatografische analyse wordt het THC dat in de vorm van THC-zuren in een monster aanwezig is door de hoge temperatuur gedecarboxyleerd tot vrij THC. Bij deze methode meet men dus niet de vrije THC en de THC-zuren afzonderlijk, maar meet men in één keer het totale THC-gehalte. De combinatie met MS geeft extra informatie over de individuele cannabinoïden.
Ook gebruikers van hasj en wiet zetten de THC-zuren eerst om in het vrije THC doordat zij de producten vóór gebruik verwarmen, bijvoorbeeld door het te roken (joint) of in voedsel mee te bakken (spacecake). Mede gezien het feit dat met behulp van gaschromatografie grote hoeveelheden monsters in relatief korte tijd kunnen worden geanalyseerd en omdat gaschromatografie bij het bepalen van THC concentraties van in beslag genomen monsters het meest wordt toegepast wordt er vaak voor gekozen de hasj/weedmonsters met behulp van gaschromatografie te analyseren.