(Ulmus augustifolia, Ulmus campestris, Ulmus carpinifolia, Ulmus coritana, Ulmus minor, Ulmus plotii, Ulmus procera, Ulmus vulgaris)
Wordt ook wel Iepelaar of Olm genoemd in sommige streken.
Deze boom zie je veel langs de wegen in de grote steden. Waarschijnlijk heeft daarbij in het verleden het kostenplaatje meegespeeld.
Evenals de Wilg, Berk en Populier is dit boomtype heel gemakkelijk te vermeerderen. Dat gebeurt bij de Iep voornamelijk uit het vele zaad,
dat de boom produceert. De laatste tientallen jaren staan de vaak enorme populaties Iepen onder druk vanwege hun gevoeligheid voor de Iepziekte. De Iep is een boomsoort, die tientallen hoofdsoorten heeft voortgebracht.
Naast die hoofdsoorten bestaan er vele tussenvormen en bastaarden. De boom groeit in het wild vaak langs de bosranden, waar hij met zijn bijzondere bladvorm meer licht weet te vangen dan andere soorten bomen. Als alles goed gaat, dan kan de Iep wel 500 jaar oud worden.
Sinds de oudheid is de boom al in trek vanwege de geneeskrachtige werking. De bladeren hadden de reputatie zwartgalligheid en somberheid bij mensen op te lossen. De wortels zouden kunnen jelpen tegen kaalheid. Bladgallen, als gevolg van insektenaantasting werden gebruikt voor oogaandoeningen. De kruidendokter gebruikt vooral de bast en de bladeren. producten ervan worden gebruikt voor behoud van schoonheid en gezondheid bij mensen.
Eigenschappen: aansterkend; bloedzuiverend; samentrekkend; wondhelend; zweetdrijvend.