Kaasjeskruid
(Malva ssp., Malva sylvestris)

Men noemt de plant ook wel Broodjes, Pappel en Kattekaasjes.
In de vrije natuur komt de plant op stikstofrijke grond, langs dijken, wegen en op bouwland.
Zelf zaai ik de plant elk jaar uit voor het kweken van snijbloemen. De groei gaat gestaag door tot ruim 1,5 meter hoogte. Daarna bloeien de planten gedurende een aantal maanden tot de vorst in valt. Ze produceren veel zaad, zodat de nakomelingen veelvuldig spontaan voorkomen. De plant is te herkennen aan de bijzonder bladvorm en bloeiwijze. Deze heeft qua vorm een gelijkenis met de diverse Hibiscus soorten, alleen de bloem bestaat uit slechts 5 bloemblaadjes maar wel dezelfde prononcerende stamper.
Vanaf de 8e eeuw voor onze jaartelling vormde deze plant een veel gezochte basis voor het gebruik als groente en als geneesmiddel.
De volgelingen van Pythagoras beschouwden de plant als heilig. Karel de Grote liet de plant als siergewas in zijn tuinen aanbrengen In Italië werd de plant in de 16e eeuw omniborbia genoemd, hetgeen zoveel betekent als middel tegen alle kwalen!
Het Kaasjeskruid maakt deel uit van een bloementhee, die verder is samengesteld uit de bloesems van: Klaproos, Klein Hoefblad, Rozenkrans,
Koningskaars, Heemst en Maarts Viooltje.
Eigenschappen: kalmerend; laxerend, verwekend.