Paardenbloem
(Taraxacum officinale)

In Nederland is de Paardenbloem algemeen, in weilanden, langs de wegen en op onbebouwde plaatsen. Ieder kent de tot 30cm hoge Paardenbloem met de wortelrozet van langwerpig lancetvormige bladeren, bochtig ingesneden en met vaak getande slippen. De hoofdjes zijn groot met veel bloemrijen (april-herfst). Later vinden we de parachuutjes, de haarkronen die voor de verspreiding van de vruchtjes zorgen. Een gemakkelijk kenmerk is het witte melksap, dat zich in de holle, rechtopstaande stengel bevindt. Deze bevat een sterke bitterstof; in de jonge bladscheuten zit vitamine C. In de geneeskunde worden de wortels op prijs gesteld; ze hebben een galbevorderende en urine af drijvende werking. De jonge bladeren - mits in onbemeste weilanden verzameld - zijn vooral geschikt voor een stofwisselingsprikkelende voorjaarskuur. Rauw en fijngesneden geven ze aan salades een aangenaam, eetlustbevorderend en bitter aroma. Wie hiervan niet houdt, legt de bladeren 1-2 uur in water. Ook in spinazie kunnen de bladeren meegekookt worden. De nogal harde bloeiknoppen zijn, in kruidenazijn gelegd, als kappertjes te gebruiken. Kenners verzamelen in de herfst de wortels, die aan salades worden toegevoegd. Gedroogd prikkelen ze de nieren.
Paardenbloem heeft een gunstig effect op de hele stofwisseling, zowel op de spijsvertering als ook op de werking van lever en de gal. Werkt bloedzuiverend.